Beste Joop,
De PvdA staat de komende maanden voor een cruciale keuze: een fusie met GroenLinks, een nieuwe partij of voortzetting van de alliantie. Partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent wijst op onderzoek en ledensteun als onderbouwing, maar biedt dit echt antwoord op de strategische vragen?
Hoe behouden we onze sociaaldemocratische kern? Hoe winnen we kiezers terug? En krijgen leden daarbij voldoende zeggenschap? Zonder een helder verhaal en strategie dreigt de partij zichzelf te verliezen. Tijd voor fundamentele bezinning voordat we onomkeerbare stappen zetten.
Partijvoorzitter Esther-Mirjam Sent reageert op mijn brief (Brieven aan Joop nr. 14). Het gaat over de koers en de keuzen van onze partij: een fusie, een nieuwe partij of voortzetting van de huidige alliantie. Een keuze met verstrekkende gevolgen. Haar antwoord namens de top luidt, kort samengevat: ‘Het zal je niet verbazen dat we het op veel punten oneens zijn. De duiding van een top-downproces dat niet berust op inhoudelijke analyse, doet bijvoorbeeld geen recht aan de manier waarop de samenwerking daadwerkelijk tot stand is gekomen. Juist de leden hebben herhaaldelijk hiertoe opgeroepen en er zijn verschillende grondige analyses die het nut en de noodzaak onderbouwen’.
Die grondige analyses worden in een tweede bericht nader aangeduid. Het gaat om een studie van de Friedrich-Ebert-Stiftung (het wetenschappelijk bureau van de SPD) uit 2021 ‘Left behind by the working class’. En verder over publicaties als ‘Beyond social democracy’(Cambridge 2024); ‘The electoral appeal of party strategies in industrial societies: when can the mainstream left succeed’ (Zurich 2019 ); en ‘Transformation of the left: the resonance of progressive program among the potential social democratic electorate’ (Zurich 2021).
Twee redenen, Joop, worden dus aangevoerd: leden dringen aan op een versnelling van de samenwerking met GroenLinks en grondige analyses onderbouwen nut en noodzaak. Laten we eens kijken. De onderzoeksprojecten geven inzicht in het potentieel van kiezers voor sociaaldemocratische partijen. En op de politieke voorkeuren van kiezers en heel algemeen in de verschuivingen in het electoraat. Aan dit type onderzoeken wordt kennelijk de overtuiging ontleend dat de ingeslagen weg nut en noodzaak bevestigt. Wat kunnen we ermee? We gaan op verkenning.
Vooraf: het blijft een raadsel, Joop, waarom de leiding van de PvdA na de grote nederlaag in 2017 of in 2021 niet zelf een dergelijk onderzoek heeft ingesteld. Dat ging in het verleden wel anders. Kostbare jaren zijn verloren gegaan, waarin de PvdA had moeten werken aan goed inzicht in de oorzaken van het verlies en aan een vernieuwingsproces, zowel landelijk als lokaal. Waarin de basis van de partij de kans had moeten krijgen om met ervaringen en inzichten een koers uit te zetten. Het onderzoek waarnaar wordt verwezen bevat ongetwijfeld belangrijke inzichten over voorkeuren en gedrag van kiezers, maar geeft geen antwoord op de grote strategische vragen van de sociaaldemocratie in ons land. Gaan wij de PvdA opheffen – en daarmee de sociaaldemocratische grondslag – ter wille van het doel om samen te gaan met GroenLinks? Is het debat over de betekenis en de toekomst van de sociaaldemocratie in Nederland daarmee beëindigd? Willen wij de verloren kiezers terug en hoe gaan we dat doen? Eigenlijk is er de laatste tien jaar nooit de gelegenheid geweest om ons over deze vragen uit te spreken.
Er is veel fout gegaan bij het plan om te komen tot een fusie of een nieuwe partij. De start was op de verkeerde plaats, namelijk in het parlement en niet in de boezem van de betrokken politieke partijen. Er heeft geen goed eigen onderzoek plaatsgevonden over de vraag of dit idee aansluit bij de sociale en politieke ontwikkelingen in het land en of het afgehaakte kiezers weer aantrekt; leden zijn beperkt geraadpleegd en kiezers en vertrokken kiezers al helemaal niet; de potentiële verschillen tussen partijen zijn niet geïnventariseerd en vooraf tot een oplossing gebracht; de procesgang is warrig met soms voortijdige uitspraken van de leiding. De leden willen zeker samenwerking met GroenLinks, maar hebben niet vastgesteld dat de PvdA moet worden opgeheven. Kortom, zoals het er nu uitziet wordt er gewerkt aan een fusie of nieuwe partij met het risico dat het niet gaat brengen waarop wordt gehoopt. En bij fusies die op deze wijze van start gaan is een groot risico op verschil in verwachting, verwarring en daarmee een bron van frustratie.
Ik wil vooruitkijken, maar wel met de geschiedenis in de rug. Met een schets van de waardengemeenschap, het fundament waarop de sociaaldemocratie is gebouwd.
De geschiedenis van de sociaaldemocratie is als een imponerend schilderij. De verf gaat laag over laag en langzaam vormt zich het beeld. Doorleefd en in balans. Generaties voor ons hebben sociaaldemocratische waarden vertaald in concreet handelen: in sociale programma’s, economische plannen, cultuur en versterking van de democratie. Wat door een evolutionaire ontwikkeling is gegroeid moet je blijven koesteren en beschikbaar houden voor een nieuwe fase van ontwikkeling. Waarden staan niet op zichzelf. Ze zijn met elkaar verbonden. Ze vormen het fundament van het huis, waarin politieke keuzen en strategie worden ontwikkeld.
Centraal in onze waarden staat het streven naar een maatschappelijke orde waarin heel fundamenteel gelijkheid van mensen het uitgangspunt is. En met een moreel uitgangspunt dat de basis vormt voor lotsverbondenheid tussen mensen. Het is een voortdurende opgave om solidariteit en wederkerigheid met elkaar te verbinden. Juist daar waar het schuurt. Dat geldt evenzeer voor vrijheid en verantwoordelijkheid. Individuele rechten en plichten enerzijds en rechtvaardigheid anderzijds. En tegenover gelijke rechten staat gelijke verantwoordelijkheid.
Op basis van deze waarden bouwde in meer dan een eeuw een beweging, met hoogte- en dieptepunten, aan een politieke theorie en een project: de sociaaldemocratie. Verbonden met de waarden van de Europese geschiedenis van humaniteit, naastenliefde en broederschap, vrijheid en universaliteit. De sociaaldemocratie is, naast de liberale en christendemocratische stromingen, een van de politieke hoofdstromen van Europa. Voortdurend op zoek naar samenhang in het geheel van beginselen die de basis vormt voor het grote verhaal, dat in ieder tijdperk weer moet worden verdiept en verteld. Dat steeds wordt vernieuwd door ‘sterft, gij oude vormen en gedachten’ of het vaak ten onrechte verkeerd begrepen 'afschudden van de ideologische veren’, door ruimte te maken voor nieuwe uitdagingen en omstandigheden. Kort gezegd: de cellen vernieuwen maar het DNA blijft hetzelfde.
De ideologie van de sociaaldemocratie is onderscheidend ten opzichte van andere politieke hoofdstromen. Waarden worden niet uitgeruild of ingeleverd, zijn niet onderhandelbaar. We moeten juist vasthouden aan de kernwaarden, deze in de moderne tijd plaatsen en vertalen naar wat er vandaag en morgen nodig is.
In de kern gaat het altijd weer om beteugeling van het kapitalisme; een rechtsorde van de arbeid; een emancipatiebeweging gericht op persoonlijke ontplooiing en een modernisering van de samenleving; een gemeenschappelijk samenlevingsideaal.
Met de waarden van de sociaaldemocratie is niets aan de hand. Ze zijn even actueel als voorheen. Het zijn de sociaaldemocratische partijen die het vandaag laten afweten, met de tijdgeest geen raad weten en helaas geen verhaal hebben tegenover het huidige post-marktliberale tijdperk.
Sociaaldemocratische hervormingsarbeid begint bij de vraag hoe de maatschappij in elkaar zit. Een maatschappijkritische en politieke analyse getoetst aan de hierboven beschreven politieke waarden. En gevolgd door een idee over de richting waarin de maatschappij moet worden ontwikkeld. En een strategie hoe dit te bewerkstelligen. Een feitelijke aanpak en realisatie van die ontwikkeling. Juist op dat punt is een moderne visie nodig die onder meer gaat over de verhouding tussen overheid, particulier initiatief, burgers en bedrijven.
De geschiedenis van de sociaaldemocratie laat daarbij een zeer gevarieerd patroon zien. Soms is de staat actor om de doelen te bereiken, in een andere situatie voert pragmatisme de boventoon. En momenten van polarisatie worden afgewisseld met perioden waarin de ideologische bezinning in het centrum van de belangstelling staat. Steeds is het een weerspiegeling van of reactie op wat er in de samenleving gaande is.
Twee fundamentele ontwikkelingen hebben in de afgelopen decennia gedomineerd. De hegemonie van het marktliberalisme en de opkomst van een meritocratische cultuur, waarin individuele verdiensten en het rationele eigen belang van het individu het succes bepalen. Joop, hier zit een grote tegenstelling met een halve eeuw geleden. Toen voerden politieke bewustwording, sociaal engagement en democratisering op alle levensterreinen de boventoon. In onderlinge wisselwerking heeft de marktideologie samen met de meritocratie geleid tot een ingrijpende sociale omwenteling met als uitkomst: meer ongelijkheid, verzwakking van de sociale systemen, ondermijning van gemeenschapszin en uitholling van het publieke domein. Precies zoals de marktliberalen het voor ogen hadden. De pijlers onder de verzorgingsstaat werden ondermijnd en de waarden van de sociaaldemocratie aangevallen. Er is veel verloren gegaan.
Sociaaldemocratische partijen in Europa zochten daarop een alternatief. Maar de praktijk toonde dat minder regelgeving, meer marktwerking en meer individuele verantwoordelijkheid – de Derde Weg – geen perspectief bood. Dat doet het marktliberalisme uiteindelijk ook niet. Aan het eind van de vorige eeuw kwam de idee van de verzorgingsstaat in moeilijkheden, de crisissymptomen waren duidelijk. En het zal nu niet anders gaan met de marktliberale hegemonie. Aan ieder tijdperk waarin een dominante stroming de toon heeft gezet komt een einde. Het marktliberalisme verkeert over een brede linie – van wonen, energie, klimaat, zorg tot onderwijs - in een crisis. Biedt geen oplossingen. We staan aan het begin van een zoektocht naar antwoord op die crisis.
De vraag is dus: een transitie naar een tijdperk met nieuwe leidende ideeën? Wat wordt het sociaaldemocratisch alternatief voor het marktliberalisme? Terugval op vergane tijden is geen optie. Nostalgie brengt geen toekomstgerichte oplossingen. Maar er komt ook geen politieke wending zonder eerst recht te doen aan de mensen die in de afgelopen periode zijn ‘achtergelaten’, dat wil zeggen: herstel van de schade. Door maatregelen die ongelijkheid en onzekerheid met voorrang aanpakken. Maar er is meer en ander beleid nodig.
Een schets in grote lijnen:
Een nieuw gemeenschapsideaal (ik kom er verderop in deze brief op terug) – inspelen op de kracht van vitale gemeenschappen.
Democratisering van de democratie zowel in de politieke instituties als in de maatschappelijke en economische verhoudingen; versterking van de instituten van de rechtsstaat en bescherming van fundamentele regels.
Veilig, waardig werk met meer zeggenschap en een redelijk aandeel voor werknemers in de groei van het vermogen van hun onderneming; een praktijk van gematigde inkomensverschillen op basis van transparante en eerlijke verhoudingen.
Een verbond ter bestrijding van sociale tegenstellingen en de meritocratie, de maatschappij van verdienste en eigen belang; het zoeken naar verbinding tussen hoger en lager gekwalificeerden, meer begrip, respect en waardering.
Een economie dienstbaar aan de gemeenschap en niet andersom; een agenda voor een digitale toekomst; versterking van een innovatieve en duurzame economische groei, mede voor de instandhouding van de voorzieningen van de verzorgingsstaat.
Een programma voor hoogwaardig onderwijs en culturele ontwikkeling en een duurzame zorg op maat.
Een ruimtelijke inrichting van het land met een hoogwaardige fysieke en sociale infrastructuur; terugdringen van de scheidslijnen tussen de dynamische groeipolen en krimpende plattelandsgebieden; het bestrijden van het ontstaan van parallelle gemeenschappen in overwegend stedelijke gebieden.
Gecontroleerde migratie, afgestemd op onze internationale verplichtingen, de aangetoonde behoeften van de arbeidsmarkt en het vermogen van de samenleving tot een goede integratie.
Dit zijn uitdagingen voor de sociaaldemocratie voor de komende tijd. Het gaat om een overheid die meer het maatschappelijk initiatief faciliteert. Dat is wezenlijk iets anders dan decentraliseren om te kunnen bezuinigen. Of uitsluitend het maatschappelijk middenveld of de markt inschakelen.
Het terugwinnen van de achterban gaat hiermee hand in hand. Door organisaties, buurten en gemeenschappen uit te dagen om zelf aan de slag te gaan met vraagstukken – problemen en kansen – raken mensen weer betrokken. En waar het bij uitstek en met voorrang om gaat is invulling geven aan een diep verlangen naar verbondenheid en gemeenschap. Het zijn de authentieke drijfveren van de sociaaldemocratie. En het is de opgave om opnieuw het begrip gezamenlijkheid inhoud te geven. Daarbij gaat het om een meer solidaire vorm van samenleven, door een nieuw evenwicht te zoeken tussen lotsverbondenheid, gemeenschap en individueel domein. En inzet voor de kracht van lokale gemeenschappen. Omdat juist lokale gemeenschappen beschermen en stimuleren tot verdere ontwikkeling, waarin mensen op elkaar betrokken zijn. Een sociaaldemocratische strategie moet weg bij het idee ‘wij lossen het voor je op’. En daar zit de waterscheiding met het verleden.
Joop, in jouw tijd was de overheid bij uitstek het instrument waar met wet- en regelgeving nieuwe ontwikkelingen konden worden gerealiseerd. De belangrijkste regelingen in de verzorgingsstaat kwamen zo tot stand. Maar hier hebben we een grens bereikt of misschien wel overschreden. Het systeem loopt vast. Want de overheid is overvraagd, kan niet steeds leveren en dat heeft tot te veel verkeerde verwachtingen en teleurstelling geleid. Met name de overheidsbureaucratie loopt vast en is in de praktijk het probleem aan het worden. De toeslagenaffaire rond de kinderopvang is het levende voorbeeld.
Volgens mij gaat erom groepen en gemeenschappen weer bij elkaar te brengen en vervolgens deze maatschappelijke coalities te ondersteunen in hun zoektocht naar praktische oplossingen. Deze benadering vraagt een grote omslag van alle beleid naar decentraal en lokaal. En het vraagt van de sociaaldemocratie een nieuw handelingsperspectief, namelijk de veerkracht en zelfkracht van gemeenschappen krachtig initiëren en ondersteunen. Een politiek zelfbewuste overheid moet een dergelijke beweging faciliteren maar niet overnemen. Deze richting van politiek denken vraagt van de sociaaldemocratie om de verantwoordelijkheid, rol en functioneren van de overheid principieel te heroverwegen.
In de dagelijkse politieke praktijk staat de schijnwerper gericht op de vertegenwoordiging in het nationale parlement. Maar een politieke partij omvat zoveel meer.
In een vorige brief schreef ik dat de sociaaldemocratie een eigen domein, een partij als instrument nodig heeft. Voor inspiratie en verdieping van de eigen ideologie, waarmee een plaats wordt ingenomen in het maatschappelijk en politiek krachtenveld. En vooral ook voor de vraag: voor wie en met wie maak je politiek? En ook: tot welke internationale politieke stroming behoor je? Een construct waarin ideologische en programmatische ontwikkeling steeds verder kan op basis van een duidelijke grondslag. Daarover mag geen onduidelijkheid of twijfel bestaan. Het is in dit verband interessant te wijzen op de totstandkoming van het CDA, nu bijna een halve eeuw geleden. De drie fuserende partijen waren het bijna over alles oneens. Maar het uitgangspunt stond nimmer ter discussie: de christelijke grondslag van de nieuwe partij en haar vertegenwoordiging binnen de Europese christen-democratie. En we zien het CDA in een periode dat de partij electoraal tegenslag heeft geen neiging om zich te verbinden met een andere partij.
Hoe gaat het verder? We moeten daarvoor nog even stilstaan bij de besluitvorming in de partij. Het partijbestuur wil, zoals gezegd een discussie over drie modellen voor de toekomst. Een fusie, een nieuwe partij of voortzetting van de huidige alliantie. Laten we beginnen met het idee van een nieuwe partij. Dat is simpel en kan eenvoudig worden opgepakt door de leden van GroenLinks en de PvdA en anderen die dat willen. De toegangsdrempel tot de parlementaire organen is in ons land laag. Dus ga je gang. De PvdA en GroenLinks kunnen hun missie verder ontwikkelen. De bestaande alliantie voortzetten moet ernstig worden ontraden. Het leidt in het Europees Parlement tot een gespleten vertegenwoordiging over de Groenen en de Sociaaldemocraten. Niet geloofwaardig.
Blijft over: een fusie tussen GroenLinks en de PvdA. Een nieuwe partij van overwegend hoger opgeleiden. De ervaring leert dat een partij, ondanks andere voornemens, uiteindelijk de behartiger van de belangen van de leden en de kiezers wordt. Dus van de hoger opgeleiden. Willen we deze kant op? Er zijn betere mogelijkheden om meer politieke invloed te verwerven. Ik heb in vorige brieven de mogelijkheden aangegeven. We kunnen bijvoorbeeld denken aan een stembusakkoord, minimumprogramma of een kernschaduwkabinet. Er zijn mogelijkheden voldoende om een progressief machtsalternatief naar de kiezer te gaan. Daar hoef je de PvdA niet voor op te heffen.
Ten slotte Joop, ik heb het eerder opgemerkt. We verkeren in een uiterst cruciale fase van het bestaan van de PvdA. Het partijbestuur staat op het punt voor iets anders te gaan kiezen. Wat dat wordt is nog niet duidelijk en de leiding geeft verschillende signalen. Maar het is met historische beslissingen in het vooruitzicht noodzakelijk om goed te kijken hoe wij in de PvdA de laatste jaren tot besluitvorming komen. Daarin speelt de digitale weg een steeds belangrijker rol. Ter voorbereiding van besluiten wordt tegenwoordig een zogenaamde ledenkamer opengesteld. Die ledenkamer is echter een ‘black box’ geworden. Een toernooiveld voor digitale pressiegroepen in de partij. Onvoorspelbaar, gevoelig voor manipulatie en onbruikbaar voor de grote vragen waarvoor we binnenkort komen te staan.
Samengevat; niet fuseren maar vernieuwen; herstel van de band met vertrokken kiezers; bouwen aan een coalitie met GroenLinks en andere centrumlinkse partijen. Wie pakt dit op?