Rood Vooruit?
De viering van het 80-jarig bestaan van de Partij van de Arbeid op 8 februari in Zwolle markeerde de laatste fase van het zelfgezochte einde. En voor velen de overgang naar een beloftevolle toekomst. Een moment met de grote consequentie van de overgang van een ideologisch gedragen politieke representatie naar een ideëel gemotiveerde culturele manifestatie. De twee verbeeldingen van links ontmoetten elkaar op die zondag in ontspannen, ja kameraadschappelijke sfeer. Met het gemeenschappelijk gevoel nog op zoek naar de partijgenootschappelijke wortels die in de Partij van de Arbeid en in GroenLinks vanzelfsprekend bonden.
Zonder iets af te willen doen aan het overwegend goede gevoel kan er niet aan worden voorbijgegaan dat dit voornamelijk intern gericht was. Van Jan Pronk en Hedy d’Ancona tot en met Marjolein Moorman en Jesse Klaver werden de woorden gretig geïnhaleerd en Vincent Bijlo stal de show met welbegrepen sarcasme in solidariteit. Naar de bij vier achtereenvolgende verkiezingen verloren kiezers ging geen boodschap van zelfreflectie of herbronning uit. Wel natuurlijk dat het aanstaande kabinet niet op steun zou kunnen rekenen voor de ingrepen in sociale zekerheid en zorg – maar niet hoe met twintig zetels tegenover de bijna tweederde rechtse meerderheid het draagvlak voor een links geïnspireerd alternatief structureel kan worden verbreed.
Dat dit binnenskamers tot zorgen leidt is tegelijk geen geheim en niet zichtbaar. De partijbesturen houden zich angstvallig vast aan de inmiddels al bij drie (verloren) verkiezingen beleefde praktijk dat geen openbare analyse en verantwoording plaatsvindt. Voor intern gebruik was er weliswaar een commissie onder leiding van oud-PvdA-voorzitter Michiel van Hulten. Mandaat noch uitkomst hebben de leden en het bredere publiek bereikt. Naar verwachting zal dat na de opnieuw tot verlies leidende raadsverkiezingen van 18 maart niet anders zijn.
Dit past in de opzet van wat zich inmiddels als Progressief Nederland heeft gepresenteerd. Top-down geleid, met een Raad van Toezicht die meer hoort bij een stichting of bedrijf en minder bij een vereniging. Gericht op campagne, selectie en representatie en overigens een platform biedend voor niet verplichtende deelname en discussie. Het is een model dat meer op de GL-praktijk dan op de PvdA-traditie is geënt, zij het dat het voor de Partij van de Arbeid in zekere zin de culminatie is van een al veel langer in deze richting gestuurde ontwikkeling. Het is een moeilijk te negeren ontwikkeling dat aanpassing aan nieuwe tijden van politieke partijen in binnen- en buitenland herziening van oude verenigingsstructuren vraagt. Maar zijn het niet juist de professionalisering van de politiek en de op focusgroepen gerichte consultatie van het potentiële electoraat die vooral voor partijen ‘van en voor het volk’ tot averechtse (!) effecten leiden als gevolg van ervaren verlies aan identiteit en vertrouwen bij een vaste kern die voor iedere partij de basis biedt voor herkenbaarheid en continuïteit van invloed en machtsdeelname?
PRO?
De nieuwe partij zal op 13 juni formeel worden opgericht en dan kan na vijf jaren van buitenproportionele aandacht voor de interne convergentie en fusievoorbereiding hopelijk het vizier worden gericht op de keuzes die nodig zijn om meer mensen te mobiliseren rondom de vooruitgang die de partijnaam belooft. Voor vele PvdA-leden is dit een moment van knopen tellen en kiezen. Er zijn er heel wat die dat al hebben gedaan, zeker na de gang van zaken tijdens het congres van 21 juni vorig jaar. Daar staan vele nieuwe leden tegenover, zo is begrijpelijk gereageerd, maar helaas zonder echt rekenschap te geven dat het verlies van trouwe leden en kiezers niet zomaar kan worden weggestreept als bijkomende schadepost. Er vallen twee door hun kernachterban vertrouwde “merken” weg en voor de nieuwe partij ligt een lange weg in het verschiet om eenzelfde graad van verbondenheid te bereiken.
Nu zijn de gebleven leden aan de beurt om ‘automatisch’ PRO-lid te worden of alsnog te bedanken. Is het onvermijdelijk dat in de doorgaans juichend getoonzette partijpost wordt uitgegaan van de vanzelfsprekendheid van de nieuwe orde? En dat geen platform wordt geboden aan aarzelingen of vragen bij de meerderheid van leden die niet hebben meegestemd met alle digitale beslissingen? Of die niet ingeloot waren (wie waren dat eigenlijk?) in het ledenberaad dat met duim omhoog of omlaag mocht beslissen welke amendementen op beginselprogramma of statuten door ‘mochten’ voor een, althans in de nieuwe partijcultuur natuurlijke, digitale stemming.
Leden die in de afgelopen jaren bezwaren hebben ingebracht of zich bezwaard voelen, waaronder velen die Rood Vooruit steunen of zich op andere wijze hebben uitgesproken, gaan nu in verschillende richtingen.
Er zijn er die bij de raadsverkiezingen naar een andere, vaak lokale, partij zijn overgestapt. Anderen hebben hun PvdA-lidmaatschap opgezegd of zullen niet meegaan in de nieuwe partij. En weer anderen blijven vanuit de sociaaldemocratische idee en praktijk lid van PRO met de motivatie om zo de inhoud en praktijk van “progressief” dichter bij de mensen te brengen voor wie de beweging bestaat.