Waterverf.

“De nieuwe partij in wording, die naar ik hoop VOORWAARTS gaat heten, werkt aan een nieuw beginselprogram. Ik heb het gelezen, maar echt vat krijg ik er niet op...”


Dat komt allereerst doordat het logische schema niet wordt gevolgd: dit zijn de problemen, dit zijn de oorzaken en zo gaan we het aanpakken. Door met de oplossing 'solidariteit' te beginnen krijgt dat wel een heel hoog Haarlemmerolie karakter. 

Ik krijg er ook geen vat op omdat de ernst van de vraagstukken waarvoor we staan niet zò wordt geanalyseerd dat je er pijn in de buik van krijgt.  En dat is wel nodig om van de oplossingen een beetje enthousiast te worden. 

De internationalisering van het kapitalisme wordt wel genoemd, maar uitgerekend nu brokkelt het draagvlak voor bovennationale oplossingen af. Het misbruik dat nationalistisch rechts van het migratievraagstuk maakt wordt wel aangestipt, maar de risico’s die dat voor progressieve politiek oplevert blijven onbenoemd. Er is in feite een breuk ontstaan in de coalitie van hoger en lager opgeleiden die de sociaaldemocratie ooit was. Daardoor wordt tegen dat oprukkende radicaal rechts onvoldoende gezamenlijk opgetreden. En dat geldt nog extra voor extreemrechts. Wie die strijd wil winnen moet eerst erkennen dat we hem (voorlopig) verliezen. Om vervolgens echt aan te tonen hoe we hem denken te winnen.

Veel van de nobele intenties waarvan het program spreekt zullen via de overheid, wet en regelgeving werkelijkheid moeten worden. Maar die weg heeft zich de afgelopen decennia nogal weerbarstig getoond, to put it mildly, waardoor veel vertrouwen in de politiek en politieke partijen is verdampt. Ik ben blij met de omhelzing van de coöperatieve gedachte in het stuk. Maar het echte vraagstuk, een disfunctionerende overheid en een verzande bureaucratie wordt niet geanalyseerd, laat staan dat het aanpakken van dat vraagstuk als een voorwaarde voor nieuwe, geloofwaardige, linkse politiek wordt benoemd.  

En wat ik erg jammer vind is dat tenminste de gelegenheid niet is aangegrepen aan dat gedoe met 'groen' en 'rood' een ideologisch einde te maken. De vrije ondernemingsgewijze productie die niet wordt ingesnoerd door de democratie vernietigt de aarde evenzeer als evenwichtige sociale verhoudingen, verdeling van inkomen en vermogen. Dat had het hart van het programma moeten zijn, nu wordt het min of meer willekeurig wel aangestipt, maar ook hier had eerst het probleem groter gemaakt moeten worden, de ervaren spanning tussen groen en rood benoemd moeten worden, om er vervolgens korte metten mee te maken.

Datzelfde geldt voor wat de technologie betekent voor de wereld van de arbeid. Wie worden – nationaal én internationaal - de winnaars en de verliezers van de volgende technologische revolutie?  En waar staat de nieuwe partij dan voor als het om de verdeling van werk en inkomen gaat. Ook in de internationale arbeidsverhoudingen. En wat betekent een visie op technologie en arbeid voor een radicale onderwijspolitiek?  Er worden lieve zinnen aan besteedt. Maar de spanning waaronder dat vraagstuk staat wordt feitelijk niet benoemd, laat staan van een richting voorzien.

Cultuur en economie, verheffing en eerlijk delen, gingen tot en met Den Uyl nog hand in hand, daarna is dat ons hier en elders niet meer gelukt. In de VS is de Clinton-coalitie, nog eenmaal vertoond door Obama, daarna nooit meer hersteld. Dat lijkt me de grootste uitdaging voor links, maar daar scheert het program opzichtig overheen. 

Kort gezegd: onze problemen worden onvoldoende serieus en eerlijk geanalyseerd waardoor ik de oplossingen niet zo geloofwaardig vind.

Er gebeuren geen rampen, de kliffen tussen rood en groen worden handig omzeild, maar we weten sinds de verkiezingen dat het niet scherp benoemen van onze problemen de oplossingen niet dichterbij brengen. Goed voor twintig zetels... Wat er tussen onze oren moet gebeuren om daar weer vijf en dertig van te maken, ook aan die tactische vragen wordt geen aandacht gegeven. Ok, het is een beginselprogram, maar hier wordt zo met waterverf geaquarelleerd dat de noodzakelijke keuzes worden ontweken, waardoor het voor mij een spanningsloos stuk is geworden.   

Geen misverstand, voor mij gaat het allang niet meer om de vraag of zo'n stuk ‘wel rood genoeg’ is, of dat ik me er qua intenties wel in herken. Daar wil ik best contributie voor blijven betalen. Maar de vraag is of de crisis waarin links - ook internationaal - is terechtgekomen, het feit dat een derde van de bevolking in met ons vergelijkbare landen rechtsaf is geslagen, wel ernstig genoeg wordt geanalyseerd. Wie de bedreigingen niet echt serieus neemt komt aan geloofwaardige beloften niet toe. Maar laten we niet wanhopen, het is nog maar een ontwerp.

Vorige
Vorige

Bedrijfsdemocratisering: corebusiness van de sociaaldemocratie

Volgende
Volgende

Afscheid van de Partij van de Arbeid – een terugblik